Fulco van der Leer werkt als huis- en havenarts in Rotterdam, en bovendien verblijft hij als scheepsarts regelmatig voor langere tijd op zee. Daarnaast is hij werkzaam bij de Radio Medische Dienst (RMD) van de KNRM. We stellen hem vier vragen naar aanleiding van zijn boek Medisch handboek voor watersporters.

1. Wat doet een arts voor de RMD (Radio Medische Dienst) precies?
Een RMD-arts (totaal vijf in Nederland) heeft eenmaal per 5 weken dienst, 7 dagen lang 24/7. Het betreft telefonische en digitale bereikbaarheid; het enige moment dat ik even niet bereikbaar ben is als ik onder de douche sta. We beantwoorden vragen van schepen over heel de wereld, in beginsel die de Nederlandse vlag voeren, maar in feite mag elk schip bellen. Doorgaans zijn dit koopvaardijschepen, maar ook (grote) zeilvaart belt ons geregeld, ergens vanaf de Indische Oceaan of vanuit de Drake Passage, om maar eens wat te noemen. Ook vindt er intensief mailverkeer met schepen plaats, met bijgevoegde foto's en al: 'Huidflap a moeten jullie hechten aan huidflap b, c aan d’ etcetara. Heel handig, al die communicatieve middelen! Het Kustwachtcentrum intermedieert in de verbinding tussen ons en de schepen. En wanneer wij beslissen, als dat geïndiceerd is, tot een medische evacuatie (per heli of boot) organiseren zij dit verder. In een (ver) buitenland wordt dan de Kustwacht ter plaatse benaderd. 

2. Hoe vaak worden jullie opgeroepen vanaf zee?
Er zijn ongeveer 700 consulten op jaarbasis. Per consult wordt er wel zo'n keer of 5 tot 8 over en weer gemaild/ gebeld, afhankelijk van de complexiteit van het geval. De range van een helikopter is beperkt tot enkele honderden mijlen, daarbuiten proberen we de mensen in leven te houden met medicatie uit de scheepsapotheek aan boord.

3. Wat is het meest vreemde ongeval dat je als RMD (scheeps)arts hebt meegemaakt?
Tja, wat is vreemd eigenlijk? We kijken nergens meer van op, eerlijk gezegd. Of het nu verhanging op een ferry betreft, schotwonden door piraterij, een chemicaliënincident, of de steek van een pieterman bij een visser; vaak handel je naar bevinden op dat moment. Hoewel we ook protocollen ontwikkeld hebben voor regelmatig voorkomende zaken, zoals een blindedarmontsteking of malaria-aanval.

4. Wat zijn de meest voorkomende kwetsuren aan boord?
Voor watersporters schuilen de gevaren in een beduidend kleiner hoekje. Maar de zelfredzaamheid is vaak ook geringer dan bij een meerkoppige bemanning met geschoolde stuurlieden-hulpverleners. Hoewel er bij de koopvaardij ook nooit een arts aan boord is. Denk bij watersporters maar aan letsel van vingers (schoten, lieren) en tenen (bolders en kikkers), zeeziekte, onderkoeling of de giek tegen je hoofd. Een vaartuig beweegt altijd, da's nou juist meestal de helft van de lol! En over al die amateurklussers nog maar niet te spreken :-).

Benieuwd naar het Medisch handboek voor watersporters van Fulco van der Leer? Je bestelt het hier.